|
Culemborg, 16 mei 2012
Zwaar koopkrachtverlies door Kunduz-akkoord De maatregelen uit het Kunduz-akkoord om de overheidsbegroting onder de 3% te brengen, treffen de werkende Nederlanders fors in de portemonnee. Dat blijkt uit de eerste berekeningen van de MHP. Vooral de middengroepen worden weer zwaar getroffen, aldus MHP-duovoorzitter Bob van der Wal.
Gemiddeld gaan gezinnen die tussen de één en twee keer modaal verdienen, door de maatregelen er zo’n 1200 euro per jaar op achteruit, wat neerkomt op een koopkrachtdaling van zo’n 3,5 tot 4,1%. Ook de lagere inkomens worden niet ontzien en zullen eveneens met een koopkrachtdaling van 3,3 tot 3,8% te maken krijgen. De inflatie, die momenteel rond 2,3% ligt, komt daar voor iedereen nog bovenop, waardoor het koopkrachtverlies voor veel mensen volgend jaar gemakkelijk richting de 6% loopt. Voor werknemers zit de ergste pijn in het afschaffen van de kilometervergoeding voor het woonwerkverkeer, die alleen al gemiddeld tussen de 1,8 en 2,0% van de koopkracht opslokt voor werknemers die 20 kilometer van hun werk wonen. Wie nog verder van het werk woont, wordt nog zwaarder getroffen door de belasting over de reiskostenvergoedingen. Andere maatregelen die de MHP heeft doorberekend, zijn de btw-verhoging - die lagere inkomens 0,8% en hogere inkomens 0,9% koopkracht gaat kosten –, de bezuinigingen op de zorg, de nullijn voor ambtenaren en het niet verhogen van de belastingschijven en de heffingskortingen. Extra zorgen maakt de MHP zich over het feitelijk afschaffen van de ontslagvergoeding, die volgens de MHP lijkt te worden verlaagd en omgezet in budget van-werk-naar-werkbegeleiding. ”De functie van de ontslagvergoeding is ook dat mensen die hun baan verliezen, een overbrugging krijgen om een baan te vinden. De kans dat mensen van boven de 50 een nieuwe vaste baan vinden, is 2%. Dat betekent dat wie straks ontslagen wordt, met een grote armoedeval te maken kan krijgen”, waarschuwt Van der Wal.
Download hier de nadere uitwerking.
Culemborg, 19 april 2012
Payrolling ondermijnt positie werknemer De MHP is zeer kritisch op het fenomeen payrolling, omdat dit de positie van werknemers ondermijnt, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket. Payrolling heeft zich in de recente tijden ontwikkeld tot een fenomeen dat een gekunstelde splitsing aanbrengt tussen formeel en materieel werkgeverschap. Payroll-werknemers worden hierdoor onder andere geconfronteerd met mindere arbeidsvoorwaarden en enige reële ontslagbescherming ontbreekt.
Uit onderzoek blijkt dat werknemers die binnen een payroll-constructie werken, veelal niet het payroll-bedrijf maar het bedrijf waar zij (fysiek) werken, als werkgever beschouwen. Vaak worden ze bij bijvoorbeeld ziekte of reorganisatie onaangenaam verrast, omdat er voor hen opeens andere arbeidsvoorwaarden blijken te gelden dan voor collega’s, die hetzelfde werk verrichten maar wel direct in dienst zijn bij het inlenende bedrijf. Het payroll-bedrijf blijkt bijvoorbeeld per dag te kunnen opzeggen, zonder zich aan enigerlei ontslagregel te hoeven houden en nauwelijks enige reële (na)zorgverplichtingen te hebben ten opzichte van de werknemer. Wachtgeldregels zijn niet van toepassing en het is onduidelijk wat er met re-integratie moet gebeuren.
Vandaag heeft de Stichting van de Arbeid dan ook een verdeeld advies over de ‘Ontwikkeling van payrolling’ uitgebracht. Omdat werkgevers wel positief zijn over het fenomeen payrolling en werknemersorganisaties hierover volstrekt anders denken, was een verdeeld advies onvermijdelijk, aldus Eddy Haket.
Voor het volledige advies verwijzen wij u naar de website van de Stichting van de Arbeid: www.stvda.nl.
Culemborg, 19 april 2012
Deeltijdopleidingen hoger onderwijs In een gezamenlijke brief aan de Vaste Tweede Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uiten de vakcentrales FNV, CNV en MHP kritiek op het voorstel van staatssecretaris Zijlstra van OCW om voor deeltijdopleidingen vraagfinanciering in te voeren. Ook spreken zij hun zorgen uit over de overbruggingsmaatregel voor deeltijdstudenten, ter compensatie van de langstudeerdersboete.
In een brief aan de Tweede Kamer kondigde staatssecretaris Zijlstra onlangs aan dat de bekostiging van deeltijdopleidingen op de langere termijn wordt afgeschaft. In plaats daarvan introduceert hij een systeem van vraagfinanciering, wat inhoudt dat beurzen beschikbaar worden gesteld aan studenten die een deeltijdopleiding (gaan) volgen, maar dan alleen voor sectoren met een ‘bijzonder economisch en maatschappelijk belang’. De staatssecretaris doelt hierbij op sectoren als de zorg, het onderwijs en economische topsectoren. De staatssecretaris formuleerde daarnaast een overgangsmaatregel voor langstudeerders in het deeltijdonderwijs. Studenten, die vanwege bijzondere omstandigheden en vanwege problemen als gevolg van ‘studeerbaarheid’ van de opleiding problemen ondervinden, kunnen een beroep doen op het zogenaamde ‘profileringsfonds’ van instellingen in het hoger onderwijs. Onder ‘problemen als gevolg van de studeerbaarheid’ verstaat de staatssecretaris deeltijdopleidingen, die langer duren dan voltijdopleidingen en die niet verkort kunnen worden zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. De vakcentrales maken zich ernstige zorgen over de gevolgen van dit voorstel voor zowel de kwaliteit van, als de deelname aan het deeltijd hoger onderwijs. De vakcentrales wijzen de voorstellen van de staatssecretaris af, vooral omdat de toegankelijkheid van deeltijdopleidingen die niet voldoen aan het criterium ‘bijzonder economisch en maatschappelijk belang’, ernstig wordt belemmerd. “De deelname van werkenden aan deeltijdopleidingen moet juist worden gestimuleerd en niet afgeremd”, aldus MHP-beleidsmedewerker Hanneke de Geus. “Werkenden die een deeltijdopleiding volgen, zullen vrijwel altijd een opleiding kiezen die voor henzelf de arbeidsmarktpositie versterkt, en dat is nauwelijks goed in te schatten vanachter een bureau op het Ministerie”, aldus De Geus. Ten aanzien van de langstudeerdersmaatregel pleiten de drie vakcentrales nadrukkelijk voor het hanteren van reële studietermijnen, omdat zij principieel van mening zijn dat de langstudeerdersmaatregel niet behoort te gelden voor personen, die een deeltijdopleiding combineren met een reguliere baan. Download hier de brief
Culemborg, 18 april 2012 In een open verklaring hebben de vakcentrales FNV en MHP gezamenlijk hun visie gegeven op de tweede bezuinigingsronde, waarvoor de plannen een dezer dagen vanuit het Catshuis worden verwacht. Volgens de vakcentrales moet de rekening verstandig en eerlijk worden verdeeld. Verklaring van de vakcentrales FNV en MHP:
‘Voor een duurzaam perspectief’ De vakcentrales FNV en MHP en de aangesloten vakorganisaties zien het als een gezamenlijke opgave om uitzicht te bieden op een duurzaam en eerlijk perspectief. Uit de cijfers van het Centraal Planbureau blijkt dat de Nederlandse economie dit jaar krimpt en vanaf volgend jaar voorzichtig groeit. Nederland wordt door het kabinet in het Catshuis voorbereid op omvangrijke nieuwe bezuinigingen. De waarschuwingen van IMF, OESO en de directeur van het CPB dat grote bezuinigingen op korte termijn het probleem niet oplossen maar juist groter maken, dreigen in de wind geslagen te worden. Volgens FNV en MHP is er de opgave om er voor te zorgen dat we ons samen inspannen voor een duurzaam perspectief op een gezonde economie op de langere termijn en dat iedereen een bijdrage levert aan het tekort op de korte termijn. Solidariteit met mensen die het meest te lijden hebben van de economische situatie is hierbij een randvoorwaarde. Bezuinigingen op kwetsbare groepen, zoals die op passend onderwijs en mensen met een arbeidsbeperking (WSW-Wajong) en in de bijstand (WWB), dienen daarom voorkómen te worden, en waar nodig teruggedraaid.
De oplossingen moeten bijdragen aan een duurzaam perspectief voor de samenleving. Een perspectief waarbij mensen kunnen rekenen op een duurzame plek op de arbeidsmarkt, op een woningmarkt die voor iedereen toegankelijk en betaalbaar is, en een zorgstelsel dat van een kwalitatief hoog niveau is en bovendien voor iedereen toegankelijk. Iedereen in de collectieve en ook in de marktsector heeft belang bij toegankelijke en hoogwaardige publieke dienstverlening; een nullijn in de loonontwikkeling draagt hier niet aan bij en is daarom ongewenst. De vakcentrales FNV en MHP wijzen er overigens met nadruk op dat de vakbonden in Nederland al jaren partij zijn bij afspraken over een verantwoorde loonkostenontwikkeling, ten behoeve van de werkgelegenheid en de concurrentiepositie, hetgeen ook een belangrijke bijdrage levert aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.
Het onderscheid tussen de korte en lange termijn is essentieel. Op korte termijn leveren structurele aanpassingen van de woningmarkt en de zorg geen geld op. Wat betreft de arbeidsmarkt gaat het er vooral om deze beter te laten functioneren en de groeiende tweedeling tussen ‘vast en flex’ te keren. Indien daarmee het beroep op de sociale zekerheid kan verminderen levert dit op den duur winst op, ook in financiële zin. Dit financiële effect is echter wat de beide vakcentrales betreft geen primaire doelstelling. Zorgvuldigheid en draagvlak zijn essentieel om grote veranderingen succesvol te kunnen doorvoeren.
De beide vakcentrales willen in goed overleg met de eigen brede achterban voorstellen ontwikkelen voor een effectieve aanpak van structurele vraagstukken op de (middel)lange termijn. Dit vergt dus tijd. Zoals gezegd kan een en ander niet de oplossing bieden voor het overheidstekort in 2013.
Voor de korte termijn moet Nederland het volgens de beide vakcentrales hebben van tijdelijke, op herstel gerichte maatregelen. Zij vinden echter wel dat op het terrein van werk en inkomen al meer dan evenredig is bijgedragen aan het opvangen van de tekorten als gevolg van de economische crisis. In de eerste ronde van ombuigingen van € 18 miljard zijn de lasten voor ruim 80% terechtgekomen bij huishoudens.1 Mede vanwege het gekelderde consumentenvertrouwen kunnen we ons uit economisch opzicht niet permitteren dat de lasten wederom eenzijdig bij de huishoudens terechtkomen.
Er moet daarom eerst naar andere terreinen van overheidsuitgaven worden gekeken. Zo kunnen bijvoorbeeld indien nodig grotere (infrastructurele) projecten in de tijd verschoven worden, waarbij negatieve werkgelegenheidseffecten voor de toch al zwaar door de crisis getroffen bouwsectoren moeten worden voorkómen. In aanvulling daarop is een evenwichtige verdeling van nieuwe lastenverzwaringen, waarbij primair gekeken wordt naar het belasten van bedrijven en topinkomens, vervolgens essentieel. Om de grootste financiële nood van de overheid op korte termijn te lenigen ligt een verhoging van de vennootschapsbelasting, en een tijdelijk toptarief in de inkomstenbelasting voor de hand. Ook is een tijdelijke verhoging van de belasting op de consumptie van luxe goederen bespreekbaar.
De hoge arbeidsproductiviteit van vandaag is resultaat van investeringen in onderwijs en onderzoek uit het verleden. Voor het rendement van morgen moeten we vandaag investeren. De Nederlandse uitgaven aan onderwijs lopen steeds verder achter vergeleken met concurrerende landen. Dit bedreigt onze concurrentiepositie en de kenniseconomie. Investeren in onderwijs leidt op termijn tot meer belastinginkomsten en minder werkloosheidsuitgaven en heeft dus een hoge prioriteit.
Structurele aanpassingen moeten zo veel als mogelijk vanaf 2015 bijdragen om begrotingsevenwicht op termijn haalbaar te maken. Op dat moment kunnen ook de tijdelijke herstelmaatregelen worden teruggedraaid. Bezuinigingen uit regeerakkoord ten laste van gezinnen | Bezuinigingen uit regeerakkoord ten laste van gezinnen | | | Inkomensoverdrachten | € 9,0 miljard | | Zorg (pakketverkleining en hogere eigen bijdragen) | € 1,8 miljard | | Gematigde loonontwikkeling | € 0,9 miljard | | Lastenverzwaringen | € 2,7 miljard | | Onderwijs | € 0,7 miljard | | Totaal | € 15,1 miljard |
Download hier een nadere toelichting en het gezamenlijke persbericht van FNV en CNV.

Culemborg, 16 april 2012
Fiscale kilometervergoeding veel te laag Werknemers leggen al jaren geld toe op de kilometers die ze maken voor de baas. Gezien de steeds oplopende prijzen aan de pomp zou de kilometervergoeding volgens berekeningen van de MHP eigenlijk vijf cent hoger moeten liggen.
Op het Catshuis wordt gesproken over de beperking van de fiscaal vrijgestelde kilometervergoeding (momenteel nog 19 cent). In 2004 is besloten de fiscale kilometervergoeding te beperken van 28 cent naar 18 cent, met het argument dat voortaan alleen nog de variabele onkosten worden vergoed. Sinds 2004 is alleen in 2006 de vergoeding verhoogd naar 19 cent. In de tussentijd is het autorijden vooral onder invloed van de brandstofprijzen duurder geworden, terwijl de fiscale kilometervergoeding ondertussen niet is aangepast. Volgens berekeningen van de MHP had de kilometervergoeding al 24 cent moeten bedragen als rekening was gehouden met de gestegen brandstofkosten. De werknemer die met de auto rijdt, loopt daardoor 5 cent per afgelegde kilometer mis. De gemiddelde werknemer moet hierdoor ruim 350 euro netto per jaar bijleggen. Er is dus geen enkele aanleiding om de fiscale kilometervergoeding nog verder te verlagen, omdat door het niet indexeren van de kilometervergoeding werknemers nu al geld moeten toeleggen op het woon-werkverkeer. Dit komt uiteindelijk ten goede aan de fiscus en de werkgevers. In totaal gaat het dan om een bedrag van ruim 1 miljard euro per jaar. Ontwikkeling brandstofprijzen sinds 2004
Op 1 januari 2004 is de fiscaal onbelaste kilometervergoeding naar beneden bijgesteld van € 0,28 naar € 0,18 per kilometer. Destijds heeft de politiek besloten alleen nog de variabele kosten van het autorijden door te berekenen in de kilometervergoeding en niet meer de integrale kostprijs. Tussentijds is de fiscale kilometervergoeding alleen in 2006 verhoogd, namelijk naar € 0,19. De brandstofprijzen zijn sinds 1 januari 2004 sneller gestegen dan de gemiddelde inflatie. In het volgende schema staat weergegeven hoe de brandstofprijzen zich in de periode 1 januari 2004 – 1 januari 2012 hebben ontwikkeld. 
De huidige literprijzen bedragen zelfs ruim € 1,85, € 1,50 en € 0,80 (gemiddeld € 1,38). Actuele kilometervergoeding Sinds 2004 is de onbelaste kilometerprijs gebaseerd op de variabele kosten. Deze laatste kosten bestaan enerzijds uit brandstofkosten en anderzijds uit een deel van de onderhoudskosten (reparatie- en slijtagekosten). Van de variabele kosten bestaat ongeveer 65% uit brandstofkosten (bron: ANWB).
Als de fiscale kilometervergoeding jaarlijks geïndexeerd was aan de hand van de ontwikkeling van de brandstofprijzen en de onderhoudskosten, dan zou de fiscale kilometervergoeding met ingang van 1 januari 2012 € 0,24 bedragen ((1,437 x 65% + 1,137 x 35%) x € 0,18).
Individuele voorbeelden
Een gemiddelde werknemer woont 20 kilometer van zijn of haar werk. Uitgaande van vier dagen reizen per week en zes weken vrije dagen per jaar, betekent dit dat een gemiddelde werknemer die met de auto reist, momenteel netto € 352 per jaar misloopt (ofwel ruim 1% koopkracht bij een inkomen van anderhalf maal modaal): 44 weken x 4 dagen x 40 kilometer x 5 cent.
Als een werknemer daarnaast bovendien zakelijke kilometers maakt, zal deze nog extra moeten bijleggen. Bij 1.000 kilometer per maand is dat netto € 600 per jaar. In totaal zou dat € 952 euro per jaar schelen (ofwel 3% koopkracht).
Om welk totaalbedrag gaat het ?
Volgens recente gegevens reizen ongeveer 4 miljoen werknemers met de auto. Bij een gemiddelde afstand voor het woon-werkverkeer van 20 kilometer, wordt er door ruim 20 miljard kilometer aan woon-werkverkeer afgelegd. In totaal lopen ze daarmee een bedrag mis van ruim € 1 miljard netto. Als daarnaast 10% van hen ook zakelijk reist (met een gemiddelde van 500 kilometer per maand), komt daar nog een bedrag van € 120 miljoen bij. Bekijk ook het artikel in de Telegraaf van 16 april 2012
Culemborg, 30 maart 2012
Vraagfinanciering deeltijdstudies: werknemer de dupe De MHP is bang dat werknemers de dupe worden van de maatregelen van staatssecretaris Zijlstra rondom de (vraag)financiering van deeltijdstudies. Het volgen van een deeltijdstudie is voor werknemers de enige manier om een studie te combineren met een baan. Dit zou moeten worden gestimuleerd, in plaats van beperkt.
De ministerraad heeft op 30 maart jl. ingestemd met het voorstel van staatssecretaris Zijlstra (OCW) om op termijn vraagfinanciering in te voeren. Het voorstel heeft tot gevolg dat deeltijdopleidingen niet langer rechtstreeks geld van de overheid krijgen voor het aantal studenten dat zij opleiden. Studenten die in bepaalde sectoren een deeltijdopleiding willen volgen, krijgen voortaan een beurs.
De beurzen zijn beschikbaar voor studenten in sectoren met een bijzonder maatschappelijk en economisch belang, zoals onderwijs, zorg en de topsectoren. De zorg en het onderwijs zijn sectoren waar op termijn grote tekorten verwacht worden en de MHP juicht het stimuleren van opleidingen in deze richtingen dan ook toe. Tegelijkertijd is de MHP bang dat de maatregelen het voor werkenden onmogelijk maken om zich bij te scholen in sectoren die niet voldoen aan het criterium “bijzonder maatschappelijk en economisch belang”. Het feit dat deeltijdopleidingen niet langer rechtstreeks geld van de overheid krijgen en studenten enkel beurzen voor bepaalde sectoren ontvangen, zal immers tot gevolg hebben dat deeltijdopleidingen zonder “bijzonder maatschappelijk en economisch belang” aanzienlijk duurder worden om de kostendekkend te blijven. Bovendien is dit criterium arbitrair (Wat maakt een opleiding van “bijzonder maatschappelijk en economisch belang”?) en zal het wel of niet voldoen aan dit criterium, net als de arbeidsmarkt, aan (economische) veranderingen onderhevig zijn.
De MHP vindt het een goede ontwikkeling dat deeltijdstudenten die vanwege bijzondere, individuele omstandigheden in aanraking komen met de langstudeerdersmaatregel voortaan een beroep kunnen doen op de profileringsfondsen van de instellingen. De maatregel gaat echter voorbij aan het feit dat voor veel deeltijdopleidingen de benodigde studietijd langer is dan van voltijdopleidingen, gewoonweg omdat deze gecombineerd moet worden met een baan. Deeltijdstudenten die geen beroep kunnen doen op bijzondere, individuele omstandigheden worden in dat geval nog altijd ten onrechte geconfronteerd met de langstudeerdersmaatregel en zullen afzien van het volgen van een deeltijdstudie. Dit komt de positie van Nederland als kenniseconomie niet ten goede.
Culemborg, 20 maart 2012
MHP behoudt zetel in SER; Rinnooy Kan vertrekt Ook in de komende zittingsperiode van 1 april 2012 tot 1 april 2014 zal de MHP een zetel in de SER krijgen. Minister Kamp van SZW heeft dat op 16 maart jl. besloten. Voorzitter Alexander Rinnooy Kan heeft laten weten de SER per 1 september 2012 te verlaten.
Het kabinet heeft op 16 maart jl. besloten Alexander Rinnooy Kan wederom als voorzitter van de SER te benoemen. Hij heeft minister Kamp echter laten weten die functie te willen vervullen tot 1 september 2012. Per die datum zal hij worden benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Rinnooy Kan is sinds 1 augustus 2006 voorzitter van de SER. Op het moment van zijn aftreden zal hij die functie iets meer dan zes jaar hebben vervuld. Tot zijn voorgangers behoren Herman Wijffels, Klaas de Vries, Theo Quené en Jan de Pous. Wie de opvolger van Rinnooy Kan wordt, is nog niet bekend. De MHP vindt het jammer dat Rinnooy Kan per 1 september a.s. zijn functie als voorzitter van de SER zal neerleggen, maar respecteert vanzelfsprekend dit besluit. “Rinnooy Kan is een bewogen en uitermate deskundig voorzitter”, aldus MHP-bestuurder Eddy Haket, die hem gedurende de hele periode van dichtbij heeft meegemaakt. Volgens Haket had hij het tij zeker niet mee, met een politiek die steeds meer polariseert en minder waarde lijkt te hechten aan de overlegeconomie. “Dit heeft zeker een doorwerking naar het functioneren naar de SER. Maar Rinnooy Kan is ervan overtuigd dat de politiek niet zonder sociale partners en een orgaan als de SER kan”, aldus Haket. 
Culemborg, 14 maart 2012
Cobi Neggers 25 jaar in dienst MHP Maandag 12 maart jl. was Cobi Neggers 25 jaar in dienst van de vakcentrale MHP.
In 1987 werd zij aangenomen als secretaresse bij de MHP, die toen nog in Houten gehuisvest was. Per 1 mei 1993 werd zij hoofd secretariaat en daarmee secretaresse van het MHP-bestuur. In die hoedanigheid werkte zij samen met de opeenvolgende voorzitters Gerard van Dalen, Ad Verhoeven†, Richard Steenborg en thans duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal. In die periode begeleidde zij ook de verhuizing van de MHP naar Culemborg. Het MHP-bestuur en het bureau kijken met veel waardering en plezier op deze langdurige samenwerking terug. Het MHP-secretariaat is bij Cobi in vertrouwde handen! Reden voor duovoorzitters Reginald Visser en Bob van der Wal haar eens in de bloemetjes te zetten!


Culemborg, 13 maart 2012
Studieschuldenteller gelanceerd Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft in samenwerking met de MHP een studieschuldenteller gelanceerd. Op de Technische Universiteit van Delft is op 13 maart jl. een groot scherm opgesteld, waarop de toename van de studieschuld goed in beeld is gebracht.
Op dit moment bedraagt de totale studieschuld van afgestudeerden aan het hoger onderwijs ruim € 5,8 miljard. Per jaar komt hier ruim € 850 miljoen bij en wordt er ongeveer € 550 miljoen afgelost door oud-studenten. Als alle plannen van het kabinet worden ingevoerd, zal de studieschuld met nog eens € 290 miljoen extra per jaar toenemen. “Dit zijn schrikbarende bedragen. Studenten die moeten lenen, zullen na alle kabinetsplannen met gemiddeld bijna € 20.000,00 schuld de arbeidsmarkt betreden”, aldus MHP-beleidsmedewerkster Hanneke de Geus. De MHP vreest dat studenten in de toekomst steeds minder de neiging zullen hebben een masteropleiding te volgen, omdat ze deze volledig zelf moeten financieren en zich nog dieper in de schulden moeten steken. “Daarmee loopt Nederland als kenniseconomie een risico. Op termijn kan dit zelfs een averechts effect hebben op de overheidsfinanciën, omdat hoger opgeleiden in het algemeen meer belasting betalen en minder beroep doen op sociale voorzieningen”, aldus De Geus.
De door de MHP en het ISO ontwikkelde studieschuldenteller is behalve op de TU van Delft, ook te zien op www.wiebetaaltderekening.nl. De onderliggende berekeningen kunnen hier gedownload worden. 
|